Geschiedenis Paleo tijdperk

Zoals je misschien wel weet, komt het Paleo dieet uit de oertijd. Dit was het tijdperk van de jagers en verzamelaars. De oermens overleefde door het jagen en verzamelen van voedsel. De mensen aten alles wat ze konden vinden, denk aan dieren, noten, groenten en fruit. De oermens had een intensieve levensstijl, om te overleven moest je sterk en gezond zijn. Maar ook aan het tijdperk van de jagers en verzamelaars kwam een einde en landbouw werd uitgevonden.

De tijd van jagers en verzamelaars

De steentijd was de periode van de jagers en verzamelaars. Dit zijn mensen die zichzelf in leven hielden door middel van jacht en het verzamelen van eetbare producten zoals bessen en noten.

Het was vanzelfsprekend dat de mannen gingen jagen op wild en de vrouwen gingen fruit, groente of noten verzamelen. Het leven van een jager of verzamelaar stond in het teken van overleven. Om te overleven gebruikten de mensen zelfgemaakte werktuigen van steen en hout. Door op pad te gaan, zorgden zij voor voedsel voor de familie. Deze groep mensen had daarom geen vaste verblijfplaats. Ze trokken rond in kleine groepen, steeds op zoek naar nieuwe gebieden waar voldoende voedsel te vinden was.

Van jagers en verzamelaars naar boeren

Rond 10.000 voor Christus ontdekten de jagers en verzamelaars een manier om groenten en granen te verbouwen. Vanaf toen hoefden ze niet meer rond te trekken op zoek naar voedsel, ze konden op één plek blijven wonen en daar zelf hun eten verbouwen. Dit was het begin van de landbouwrevolutie. De jagers en verzamelaars werden boeren. Ze begonnen huizen te bouwen en zo ontstonden de eerste dorpen. De boeren leefden van het voedsel dat zij verbouwden op hun eigen land. Ze konden net genoeg voedsel produceren voor hun eigen gezin. Maar na een tijdje produceren ze zoveel voedsel, dat ze dit konden verkopen. Hierdoor ontstonden er nieuwe beroepen zoals ambachtsman en architect.

Dorpen groeiden uit tot steden

Omdat er veel nieuwe beroepen ontstonden, hoefde niet iedereen meer boer te zijn. Sommige mensen gingen zich specialiseren in het maken van gereedschap of kleding. Anderen gingen handelen, ze ruilden landbouwoverschotten met mensen in andere dorpen. Door de toename van de landbouw konden er steeds meer mensen in een klein gebied wonen, hierdoor groeiden dorpen uit tot steden. Er ontstonden hiërarchische verhoudingen, niet iedereen stond meer gelijk zoals bij de jagers en verzamelaars. Beetje bij beetje veranderden de eetgewoonten van de mensen, ze hoefden namelijk niet meer te jagen en verzamelen om in hun levensonderhoud te voorzien.